Markt en winst geen perspectief op beter

In Opinie van 28 april in NRC-Handelsblad geeft Frank Boll te kennen dat de kapitalistische markteconomie voor hem een normatief uitgangspunt is waaraan niet getornd mag worden. Hij verlangt erkenning van de unieke bijdrage van eigendomsrechten, rechtsstaat en vrije markt aan de ontwikkeling van de mensheid. Boll’s conclusie mag er zijn: ‘wie niet gelooft in de markt, gelooft niet in de mens’.

Wat een naïviteit. En wat een denunciatie van de kritiek. Begint Marx in het Communistisch Manifest van 1848 niet met het verdiensten van het kapitalisme breed uit te meten: “De bourgeoisie heeft in haar nauwelijks honderd jaar oude klassenheerschappij massaler en kolossaler productiekrachten geschapen dan alle voorgaande generaties tesamen’. De toegenomen productiekracht zal botsen op de productieverhoudingen en de maatschappij ontwrichten, zo voegt hij eraan toe. Wat bij Marx uitgangspunt van zijn verdere betoog is, blijkt voor Boll het normatieve sluitstuk. Aber die Verhältnisse sind nicht so. De Sterke Overheid wordt door de mondialisering van de economie ondermijnd. De Vrucht van de Arbeid gaat teniet door internationale loonconcurrentie, door flexibilisering van de arbeid.

Bovenal mist Boll de kern van de kritiek, namelijk dat ‘de’ concurrentie in zijn tegendeel is komen te verkeren. Locke, Adam Smith en Bentham formuleerden ‘the magnificent formulae in which a society of farmers, marchants and master-craftsman enshrined its philosophy of freedom’, aldus de economisch historicus Richard Tawney in The Acquisitive Society (1920). Maar aan het einde van de 19e eeuw raakten eigendom en arbeid ontkoppeld. Honger en angst disciplineerden arbeiders in de opkomende industrie, terwijl zakencoalities de vrije markt tot een farce maakten. Tawney signaleerde dat in toenemende mate inkomsten werden geclaimd op basis van eigendomsrechten, zonder dat daarvoor een prestatie werd geleverd. Zijn conclusie: de economie wordt overheerst door een ‘tirannie van functieloos eigendom’, in de vorm van monopoliewinsten, grondrente en particuliere inkomsten uit bodemschatten. En dit zelfs in toenemende mate.

Bolls normatieve benadering is gespeend van historische zin. Neutralisering van marktmacht door concurrentie is achterhaald. Economische macht laat zich steeds meer gelden. In de laatste dertig jaar door het neo-liberale experiment. Onzekerheid slaat op allerlei terreinen toe. En ‘insecurity breeds fear’, aldus Tony Judt. Angst voor verandering, voor achteruitgang en angst voor vreemdelingen ondermijnt het vertrouwen waarop de burgerlijke samenleving rust. Sociale mobiliteit verdween. Armoede stak opnieuw de kop op. The poor stay poor, en beroofd van perspectief op beter komen armen om in slechte gezondheid, gebrekkige onderwijskansen, criminaliteit, alcoholisme, zwaarlijvigheid en goklust. Om economische stagnatie te doorbreken werd ingezet op deregulering, privatisering en flexibilisering. Het maken van winst werd losgemaakt van reële economische activiteit. De financialisering van de wereldeconomie was een grandioos succes, leidend tot toenemende ongelijkheid van vermogens.

Ter compensatie van een tekortschietende effectieve vraag werden steeds meer credieten verstrekt. In 2008 barstte de bubble. De sindsdien toegenomen overheids- en particuliere schulden in de OECD-landen leggen beslag op toekomstige bestedingen. Nog meer stagnatie, aldus Wolfgang Streeck in Gekochte tijd, de uitgestelde crisis van het democratisch kapitalisme. En dat hebben we het nog niet eens gehad over de verontreiniging van water en lucht, over de CO2-uitstoot die leidt tot opwarming van de aarde, over de noodzaak om te komen tot een duurzame economie.

Het hedendaagse kapitalisme is een economisch machtsstelsel dat verspillend is, parasitair en een bedreiging voor de toekomst van de aarde. Markt en winst bieden geen perspectief op beter.

Bertus Mulder
Auteur van Het Hart van de Sociaal-democratie. Over het belang van Arbeid en Zeggenschap, Den Haag, 2012.