De nazi’s te slim af zijn

 

Wie die Nazis überlistet wurden



9789056153557 (1)

De Zeeuwse landarbeidersdochter Sophie Louisa Kwaak (1901-1990), in het dagelijks leven Fietje genoemd, was iemand die zichzelf gemakkelijk wegcijferde. Ze brak haar studie aan de Rijkskweekschool voor Onderwijzeressen in Apeldoorn af om voor haar moeder te zorgen. In 1933 werd ze directiesecretaris bij de

Rotterdamsche Belegging- en BeheerMaatschappij ‘Robema’, een maatschappij die het in Duitsland aanwezige kapitaal van de joodse familie Weil uit handen van de nazi’s moest redden. De familie Weil was de financier van het Institut für Sozialforschung, later de Frankfurter Schule.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Fietje de feitelijke beheerder van Robema.Ze doorstond op moedige en listige wijze de confrontatie met de Duitse bezetter. Tot 1964 bleef ze betrokken bij Robema,dat sinds 1948 in liquidatie verkeerde. Dit boek is een biografie van Fietje Kwaak en tegelijkertijd een bijdrage aan de geschiedenis van de Frankfurter Schule.

Het boek is verkrijgbaar bij Uitgeverij Bornmeer voor €25,-.
Klik hier om het boek online te bestellen


Enkele commentaren

“Een buitengewoon goed geschreven biografie” – Huib Uil in Wereldregio, blad voor Schouwen Duiveland. 

“Een voorbeeld van slow history”, aldus Els Kloek bij de presentatie van het boek in Amsterdam. En de term “slow history” is geïnspireerd op 'slow food':  “Je hebt zorgvuldig bronnenonderzoek gedaan, en dat vind ik te prijzen. Studenten leren dat nauwelijks meer en gevestigde historici hebben er geen tijd voor omdat ze in internationale A-tijdschriften moeten publiceren, vooral op meta-niveau”.

Een aantal mensen reageerde per bief of via de mail op het boek over Fietje Kwaak. Een paar alinea’s:

“Ik vind het een geweldig boek, een prachtig verhaal van de twintigste eeuw – het verhaal van een heel gewone, dappere vrouw – anoniem, ongezien, onbekend, niet gehoord – tot jij het verhaal uit de doeken deed – de koffer ontsloot. [...] Het zijn al die kleine details die je via de fragmenten uit de brieven zo geweldig weet te treffen: geen telefoon – dat hindert en verbreekt de correspondentie – de hekel aan recepties en verplichte diners”.

“Het relaas van Fietje Kwaak (is) een typerend verhaal van een 
ongehuwde vrouw in die tijd (interbellum, jaren 40, 50 en 60). Wij kennen de  mannen, maar vaak waren de vrouwen, die op de achtergrond het werk deden (ook  het intellectuele werk). Hoe dan ook, je hebt een van deze vrouwen uit de vergetelheid gehaald. Vooral de beschrijvingen van haar denk- en  gevoelswereld en de keuzes, die ze maakte, vond ik interessant. En ... ik heb ook weer eens ontdekt, hoe weinig ik weet en begrijp van de wereld van het grote geld”.

“Haar virtuoze omgang met de Nederlandse taal was en is nog steeds uniek: prachtig, hoe ze schreef. Geen wonder dat ze bevriend was met Clare Lennaert (wat ik niet wist). [...] Het laatste hoofdstuk was voor mij het meest indringend en triest: de vereenzaming, de toenemende vergeetachtigheid, het in stilte achterblijven”.

“Wat een bijzondere vrouw, of zou ze toch haar hele leven een beetje meisje zijn gebleven? Bij Price Waterhouse herken ik goed de arrogantie van die mensen, dat wij staan hoger dan de rest, er is met dat volkje niks veranderd sinds toen. Bij Deloitte hebben ze diezelfde houding, triest eigenlijk, er zitten ook wel leuke mensen bij. Dat blijkt ook wel uit de verschillende houdingen van Fietje t.o.v. de vennoten die je echt goed beschrijft.”

 

 

“Fietje Kwaak is echt voor me gaan leven. Vooral de hoofdstukken over haar persoonlijke leven en religieuze opvattingen fascineerden me.
De financiële paragrafen gingen mij af en toe boven de pet, maar de verhalen over haar relatie en haar jeugd [.....] vond ik weer heel boeiend. En natuurlijk vond ik het weer interessant om over de Kweekschool te lezen. Wat heeft ze een afschuwelijk einde gehad, zo'n tragische, lange aftakeling.”